Weken na de 1e kuur

Weken na de 1e kuur

Het is inmiddels de dag voor de 2e chemokuur. De afgelopen 2 weken waren relatief goed. Rob is actiever en maakt voor mij weer lunch en avondeten. Doet wat kleine dingetjes in en om het huis en zo af en toe een boodschapje. Hij is wel snel moe. Kan niet lang zitten en lopen gaat ook niet al te lang meer. Fietsen bevalt ook slecht. Maar al met al, als je zo op het eerste gezicht kijkt naar hem, denk je niet dat is iemand die er over een paar maanden niet meer is. Door dit alles wordt het vreselijk feit een beetje naar de achtergrond geschoven. We proberen er niet te veel bij stil te staan. Maar toch in de dagelijkse gesprekjes komt het dan af en toe omhoog. Zoals in ….’kijk de trompetboom mooi in het blad komen, zou je er volgend jaar nog zijn om die te snoeien?’ ‘De kat heeft een meikever gevonden in de tuin ruim jij die even op want ik vind dat enge beesten. Volgende jaar in mei moet ik het waarschijnlijk zelf doen.’ Gelukkig kunnen we dit uitspreken naar elkaar. En soms ook nog om lachen.

Zo zijn er meer dingen waarbij je ineens stilstaat bij het vreselijke feit. Bij ons in de buurt zien we al zeker twee jaar een oud echtpaar lopen van dik in de 80. Ze zijn dan op weg naar de supermarkt of komen er net vandaan. Ze lopen langzaam en ondersteunen elkaar. Hij sleept dan ook het boodschappenkarretje nog achter zich aan. Het ziet er op één of andere manier vertederend en liefdevol uit ondanks dat ze ook wel eens mopperend op elkaar voorbij komen. Elke keer als we dit echtpaar zien zeggen we tegen elkaar dat wij dat ook zo willen als we later oud zijn. Die ‘droom’ moeten we opgeven. Dat gaat niet meer gebeuren. Als we dit echtpaar nu zien lopen dan moeten we toch even slikken.

Ikzelf ben heel erg zoekende waar mijn grenzen liggen. Ik ben mijn ritme kwijt en die heb ik eigenlijk broodnodig met mijn chronische vermoeidheid. Werken helpt mij om enigszins een ritme aan te houden. Ik heb gemerkt dat ik ergens op de dag een rustpunt moet inbouwen. Mijn broodnodige me-time anders gaat het mis. Ik ben al een paar keer zo moe geweest dat ik er misselijk van was. Dan ben ik moe, misselijk, boos, verdrietig en niet echt voor reden vatbaar. Dan sluit ik mijzelf maar een uurtje op in een donkere slaapkamer.

De afgelopen weken hebben we vaak gehoord dat we nog moeten genieten van elkaar zolang het kan. Dat we ons moeten richten op dit moment en niet op wat er nog gaat komen. Nog herinneringen maken. Vaak krijg ik ook een verbaasde blik bij het feit dat ik nog werk. Ik vind dat best gek. Moet ik dan thuis gaan zitten wachten en hem aan gaan zitten kijken tot hij dood gaat? Wij hebben niet de drang om nu ineens op vakantie te gaan (niet ons ding namelijk) of speciale uitjes te gaan organiseren. Wij leven min of meer hetzelfde zoals we altijd al deden. Wij zijn namelijk een soort twee eenheid. Doen alles samen. Sinds de corona zelfs samen thuis werken. Ook bespreken wij ons hele leven al alles. En daarin gaan we erg ver. Hele gesprekken die we afzonderlijk voeren op werk of elders vertellen we elkaar. Als ik iets weet dan weet Rob het en andersom. We genieten dus altijd al samen en leven niet langs elkaar heen en dat zullen we blijven doen tot het einde. Het genieten zit bij ons in de kleine dingen. Zoals gisteren dat we om 20.30 uur naar bed zijn gegaan omdat we allebei zo moe waren en we dan gezellig voor het slapen gaan nog ieder even een boek liggen te lezen.

Nu de 2e chemo voor de deur staat is het verdriet wel weer meer aan de oppervlakte. En is het lastiger niet te denken aan de toekomst.

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begin je de discussie niet?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *